
Want geen nood: ik ging toch de borst geven? Die kilo’s rond buik en heupen zouden er als een speer vanaf vliegen! Het was slechts een kwestie van uren, nou ja misschien dagen, voordat die spijkerbroek weer als gegoten zou zitten.
Dat had ik gedroomd! Want wat ik me niet had gerealiseerd: je krijgt bouwvakkerhonger van borstvoeding. Logisch, want het produceren van al die liters moedermelk schijnt tonnen aan calorieën te kosten. En daarom legt je zwangere lijf dus van die handige extra kilo’s aan op heupen en buik en zo.
Fijne vetvoorraadjes, dat wel. Maar dat vet levert je alleen maar calorieën. En je hebt méér nodig, veel meer. Je hele lijf snakt in deze periode naar voedingsstoffen, naar eiwitten, naar goede vetten, naar vitamines en mineralen. Je vitaminebehoefte is wel met zestig procent gestegen! En dus moet je eten, meer dan je waarschijnlijk ooit nog zal eten.
En dat deed ik. Ik vergat mijn favoriete spijkerbroek. Ik dacht niet aan die strakgesneden powersuit die na het verlof weer op mij wachtte. Ik voedde mijzelf. Ik stilde mijn schreeuwhonger met boterhammen met kaas, met borden warm eten, met fruit, met yoghurt en ja natuurlijk, ook met chocolade.
Het was moeilijk, maar ik had lak aan de akelig gedisciplineerde moeders die binnen twee weken weer op hun oude gewicht waren. Ik had geduld. En ik had energie, want ik at gewoon goed. En tegen de tijd dat mijn kind de borst had verruild voor boterhammen en een warme prak, toen paste de spijkerbroek weer. Gelukkig.
Meer lezen van Karine in Nieuws over Kindervoeding