
Voor mijn zwangerschapsverlof leefde ik altijd erg naar de tijden op de klok. Ik ging steeds net na zeven uur de deur uit om naar mijn werk te gaan en probeerde elke dag om vijf uur klaar te zijn om weer naar huis te gaan. Thuis hoopte ik om zes uur het eten op tafel te hebben en rond tien uur naar bed te gaan. Toen kreeg ik een kind en voedde ik hem aan de borst.
De eerste dagen en weken vond ik het moeilijk om te accepteren dat mijn dagindeling niet meer alleen door de klok en mijn eigen wensen bepaald werd maar ook door de behoeften van mijn zoontje. Ik zocht steeds naar een dagindeling, maar elke keer als ik deze had gevonden, veranderden de behoeften van mijn zoontje en daarmee veranderde ook mijn dagindeling weer…
Als mijn zoontje een paar maanden oud is gaat de zomertijd in. Weer wordt mijn dagindeling overhoop gegooid. Maar tot mijn verbazing merk ik er nu nauwelijks iets van.
Wat gebeurt er? Ik leef, sinds ik mijn zoontje aan de borst heb, niet meer op zomer- of wintertijd, maar op babytijd. Babytijd wordt niet bepaald door het tikken van een klok of internationale afspraken over het meten en bijhouden van seconden, minuten, uren en dagen, maar door de behoeften van een klein wezen. Een wezen dat pas over drie tot vier jaar enige besef van tijd zal hebben en de begrippen ‘zomertijd’ en ‘wintertijd’ pas jaren daarna zal gaan begrijpen. Voorlopig leeft hij op zijn eigen babytijd.
Ik kijk niet meer naar de klok, maar naar mijn zoontje. Ik sta niet meer om half zeven op als mijn zoontje wakker is geworden, maar pas wanneer hij goed de borst heeft gedronken. Ik kook het avondeten niet meer om half zes maar in stapjes tussen de borstvoedingen door en verspreid over de dag. Ik ga niet meer om tien uur naar bed maar pas in de loop van de avond nadat mijn zoontje klaar is met clusteren. Ik ben nu veel flexibeler ingesteld dan vroeger en merk bijna niets van de overgang naar wintertijd.