
Feit is dat ik inmiddels alweer ruim vier jaar borstvoeding geef. Met heel veel liefde. Sinds die tijd in Nepal heb ik veel rondgereisd in bijna alle werelddelen. Zo duidelijk als toen heb ik niet meer een borstvoedingstafereel gezien. Maar misschien zag ik het gewoon niet. Het lijkt toch ook zo dat je altijd meer zwangere vrouwen om je heen ziet als je zelf zwanger bent.
Nu we met onze twee meisjes weer verre reizen maken, vallen voedende moeders me weer op. In Mexico zag ik meer baby’s in een kleurige draagdoek aan de borst bij hun moeder dan baby’s in een kinderwagen met een flesje. Voeden in het openbaar leek hier heel gewoon. Op onze laatste reis naar Maleisië zagen we ook mooie borstvoedingsmomenten. Zo’n onverwachte ‘ontmoeting’ verrast me en maakt me blij. Sterker nog: ik raak enthousiast en opgewonden.

Tijdens dezelfde reis hebben we ook een indianendorp bezocht in de jungle. Jonge meisjes lopen hier rond met jonge baby’s in een draagdoek of aan de borst, ondertussen hangt er ook nog een dreumes aan hun rok. Ik hoor een huiltje van een pasgeboren baby. Het duurt niet lang. De moeder heeft het alweer opgepakt en het is stil. Als ik bij twee jonge moeders sta, probeer ik duidelijk te maken dat ik Mare ook nog voed, maar helaas spreken zij onvoldoende Engels om mij te begrijpen. Ik zeg ze gedag en lach naar hun baby’s.
Waarom maken deze kleine borstvoedingsgebeurtenissen me zo blij?
Het is een soort herkenning. Overal ter wereld onder allerlei omstandigheden geven moeders hun kinderen borstvoeding. Het is zo universeel dat het me ontroert.