Ik heb momenteel veel zwangere vriendinnen en bekenden in mijn omgeving. Ik krijg daarom regelmatig de vraag te horen: ‘Hoe is dat nu, borstvoeding geven?’ Ik merk dat na deze vraag altijd de standaardzinnetjes over mijn lippen rollen. De alom bekende argumenten van ‘borstvoeding heeft zo veel gezondheidsvoordelen, zowel voor je kindje als voor jou’, ‘het is handig, nooit gezeul met flesjes’ en ‘het is goed voor de binding’. Allemaal waarheden maar toch heb ik altijd het gevoel dat ik na het opsommen van al die talloze voordelen van borstvoeding niet de lading dek hoe het voor mij écht voelde om mijn kinderen zelf te voeden. Wat het voor mij heeft betekend om borstvoeding te geven, gaat dieper dan al die feitelijkheden en laat zich lastig in woorden vangen.
Zes jaar geleden werd mijn dochter veel te vroeg geboren. Ik had vanaf het begin van de zwangerschap een hoge bloeddruk en in de 30e week van mijn zwangerschap resulteerde die hoge bloeddruk in het feit dat ik twee insulten kreeg. Vlak na het tweede insult hebben ze mijn dochtertje met spoed gehaald. Een klein, hulpeloos wezentje van 1300 gram. De zwangerschap was gevuld geweest met angst en in de maanden na de geboorte van mijn dochter bleef deze angst als een constante factor in mijn lichaam genesteld. Ons kleine meisje had veel medische zorg nodig. Ze heeft maanden op de intensive care gelegen en ze leek met al die infusen en apparaten om haar heen weinig op een ‘gewone’ baby. Ook had ik niet het gevoel dat ik haar moeder was, voor mijn gevoel kon ik niets voor haar betekenen. Ik kon haar niet vasthouden, knuffelen of beschermen. Ik stond erbij en ik keek ernaar als artsen haar weer moesten prikken of als ze noodzakelijke maar pijnlijke behandelingen moest ondergaan. Ik kon haar niet beter maken als ze een infectie had, ik kon haar niet troostend tegen mijn borst leggen als ze huilde, ik kon niets voor haar doen behalve één ding: kolven.


Zelfs toen ze nog niet zelfstandig bij me kon drinken zorgde het kolven altijd voor een positieve focus. Ik bleef mezelf voorhouden dat het kolven een tijdelijke oplossing was, want straks, als ze beter is, nee wanneer ze beter is, zou ze alles bij mij drinken. Zelfs in de tijden dat ze erg ziek was bleef ik vol overtuiging kolven. Zolang ik kolfde was er hoop in plaats van machteloosheid. Hoop op een gezonde baby die ooit ‘gewoon’ bij me aan de borst zou gaan drinken.

Dus hoe het is om borstvoeding te geven? Het heeft ervoor gezorgd dat ik me minder machteloos voelde. Het heeft ervoor gezorgd dat ik me meer ‘moeder’ voelde. Het heeft niet alleen mijn kwetsbare kind gered, maar ook mij. Maar probeer dat maar eens ‘even’ uit te leggen. Ik denk dat ik het toch maar bij het ‘geen-gezeul-met-flesjes-argument’ ga houden.
Lianne