
Ik had de grote luxe een kinderdagverblijf direct naast mijn werk te hebben met heel sensitieve pedagogisch medewerkers. Ze belden me als ze dachten dat mijn dochter honger had, en dan snelde ik naar haar toe om te voeden. Wat was het fijn om dan even bij haar te zijn, en te zien dat het goed ging met haar. Ik heb maar weinig hoeven kolven, heel fijn, want dat kost me heel veel meer moeite en energie dan je kleintje voeden.

Kortom: ook op die dag voedde ik live, vaak vertrok ik net na een voeding, kwam mijn man voor de eerste voeding op bezoek en fietste ik voor de tweede voeding heen en weer naar huis. Een heel gepuzzel, maar ik geloof dat mijn hele wereld inmiddels om dat kleine meisje draaide… en werken deed ik erbij, als het uitkwam.
En toen opeens was ze negen maanden, en was mijn officiële kolfrecht afgelopen. Hoewel ik weinig kolfde, maar wel heen en weer liep naar het kinderdagverblijf, kaartte ik het bij mijn leidinggevende aan. Ze was gelukkig opnieuw heel flexibel en vond het prima als ik mijn bezoekjes aan het kinderdagverblijf gewoon doorzette.
Gekscherend zei ze nog wel ‘als je maar niet zo iemand wordt die haar kind nog voedt als ze zeven jaar is’ waarop ik antwoordde ‘dat zou wel tijd schelen, want dan kan ze gewoon zelf op de fiets hierheen stappen’. Ik had nooit gedacht ‘zo’n moeder’ te worden, maar ik had wel bedacht dat ik mijn dochter wilde voeden zolang als zij daar behoefte aan zou hebben, en ik had niet het idee dat ze snel zou willen stoppen…
Marleen
Eerder verscheen deel 1: De eerste keer: een kindje, moeder en borstvoeding [1]