Deze week het verhaal van Yashyra
‘Nou, ik weet het zo net nog niet hoor. Die borstvoeding, daar heb ik het eigenlijk wel een beetje mee gehad.’ Zwanger van de tweede kreeg ik natuurlijk ook die vraag weer, maar deze keer knikte de verloskundige niet, ze fronste. ‘Denk er nog even rustig over na, je hebt nog maanden de tijd.’ En dat deed ik. Mijn hele zwangerschap werd ik heen en weer geslingerd tussen de wens er vol voor te gaan en goed te maken wat er bij Dariënne fout ging en de zekerheid van de fles en voorkomen dat het me weer zoveel pijn en verdriet zou kosten. Ik hakte de knoop door rond de dertigste week; de kleine zou aan de fles gaan.
Maar na de bevalling zei ik, vol van adrenaline en moederliefde, dat ik toch wel wilde proberen om wat te maken van de borstvoeding. Yashyra hapte echter niet. Ze was in shock door de snelle bevalling en wilde niet drinken. Toen zij na twaalf uur nog niet gedronken had, vroeg ik de verpleging om een flesje. Dan maar op die manier! Maar de verpleging weigerde. Ik ging toch aan de borstvoeding?! Dan mocht ik niet zomaar opgeven. Het voelde niet goed, maar ik had geen keus dan maar aanklooien in de hoop dat ze zou happen.

Lees volgende week het verhaal van de derde, Naeyyssa: ‘Echt niet! Ik begin er niet meer aan! Deze gaat aan de fles.’ Zwanger van de derde en de verloskundige keek verbaasd. Gelukkig heeft ze nooit veroordelend gereageerd, dat had ik niet kunnen hebben. Want ondanks dat ik echt zeker wist dat ik het niet meer wilde, was ik er wel verdrietig over dat die borstvoeding niet voor mij, of voor mijn kinderen, weggelegd bleek te zijn.
-
\t
- Esther