‘Als het lukt’, dat was mijn antwoord wanneer iemand mij vroeg of ik borstvoeding wilde gaan geven. Ik wist dat het wat gezondheid betreft het beste is wat je je kindje kunt geven en dus wilde ik er in principe ook wel voor gaan, maar als het niet wilde lukken ‘dan niet’. Hoogzwanger ging ik naar een informatiebijeenkomst over borstvoeding, waarna ik wel overtuigd was van de gezondheidsvoordelen. Maar nog steeds dacht ik dat ons kindje ook met kunstvoeding prima groot kon groeien.
Totdat Simon, na een geplande keizersnede (hij lag toen al het liefst met zijn hoofdje zo dicht mogelijk bij mijn borsten ;-)), op 6 juli 2012 voor het eerst op mijn borst lag. Alsof er een oerkracht in mij vrij kwam, wilde ik ineens persé borstvoeding geven. Dit bleek alleen nog helemaal niet zo makkelijk, Simon en ik hadden heel wat tijd nodig om het samen onder de knie te krijgen. De eerste paar dagen bleven we in het ziekenhuis omdat ik moest herstellen van de operatie. Die dagen kwam de borstvoeding maar moeilijk op gang en en hoewel Simon al snel mijn borsten als lievelingsplekje had bestempeld, lukte het zuigen hem maar moeilijk. De één na de andere zuster, kraamverzorgende en lactatiekundige passeerden de revue met allemaal eigen technieken en hele goede bedoelingen, maar we hadden steeds opnieuw hulp nodig. Als het ons dan toch af en toe, na soms uren proberen, zelf lukte was ik zo blij en trots. Op dag drie kreeg Simon een beetje bijvoeding, omdat hij iets te veel af viel. Op één of andere manier vond ik het moeilijk om te zien, in eerste instantie omdat iemand anders mijn kindje aan het voeden was, maar ook zeker omdat ik wilde dat hij van mijn eten zou groeien.
Eenmaal thuis kregen we gelukkig kraamzorg die heel goed begreep dat ik er echt voor wilde gaan, hoewel het nog steeds erg moeizaam ging. Als Simon probeerde te drinken bij mij leek het net een ‘klein, boos spechtje’. Hij stortte zich gretig op mijn borst en wist inmiddels wat daar te halen viel, maar hapte in een heel hoog tempo telkens mis. Nog steeds waren we telkens uren bezig voordat hij ‘beet’ had. Eigenlijk stond heel die periode in het teken van het laten slagen van de borstvoeding, waarvan ik van tevoren had gezegd dat ik het niet zou laten gebeuren omdat ik wilde genieten. Een dieptepunt werd bereikt toen de kraamhulp naar huis reed om haar borstkolf te halen, die mocht ik lenen om voortaan eerst te kolven en dan de afgekolfde melk te geven. Een combinatie van kraamtranen en het gevoel te hebben gefaald zorgde voor een behoorlijke huilpartij. Gek genoeg bleek dit ook het omslagpunt te zijn, ineens voelde ik: dit gaat ons lukken. De borstpomp sloeg ik dan ook af en met hernieuwde energie probeerden we het opnieuw. Simon leek te voelen dat mijn vertrouwen nu groter was en het ging steeds beter. Uiteindelijk is de kraamzorg zelfs een dag eerder weg gegaan omdat we het prima aan konden zo. De maanden daarna stond nog steeds wel een aantal keer de lactatiekundige op de stoep, vooral omdat Simon wat al te enthousiast kon zijn en het netjes aanleggen daardoor moeilijk was en doordat ik opeens zo’n hoge productie had dat hij zich er in verslikte. En later, toen ik op het werk ging kolven, omdat ik gevoelig bleek voor verstopte melkkanaaltjes.



Ik hoop dat zich snel weer een nieuw klein wondertje aankondigt, die weer groter zal groeien aan mijn borst en niet ‘als het lukt’, want dan ga ik er vol vertrouwen voor!