Zwanger! De eerste afspraak bij de verloskundige werd ons gevraagd naar onze wensen. Meteen riep ik; ziekenhuisbevalling en kunstvoeding! Waarom ik dat wilde, vroeg de verloskundige. Eigenlijk was het enige antwoord… omdat ik niet beter wist. Ik ken niemand die borstvoeding gaf en een ziekenhuis leek me wel zo veilig.Toen ik met mijn man Maurits begon aan de zwangerschapscursus Hypnobirthing waren we nog steeds van deze twee keuzes overtuigd. Na vijf avonden waar we spraken over natuurlijk bevallen, borstvoeding en wat vrouwen in hun mars hebben, zei ik voorzichtig: borstvoeding, ach laat ik het dan maar proberen.
Tijdens een groepsvoorlichting van de verloskundigenpraktijk kregen we beelden te zien van vrouwen die borstvoeding gaven. Ik verwachtte video’s waar een moeder sereen met haar baby zat. Dit waren echter beelden van baby’s die close-up aanhapten. Het leken wel piranha’s! Mijn man en ik konden onze lach amper bedwingen. We hadden geen idee dat het zo werkte. Niets een klein lief babymondje wat schattig op een tepel sabbelt, nee, een opengesperde babymond die vol overgave zuigt of zijn leven er vanaf hangt. Even een omschakeling dus. Maar nog steeds het gevoel, ach we zullen het proberen. Tijdens de laatste Hypnobirthing bijeenkomst had ik inmiddels zoveel vertrouwen in de natuur en mijn eigen lichaam dat ik volmondig zei; niks proberen, we gaan het doen! En we bevallen ook nog eens lekker thuis.
De bevalling verliep precies zoals gehoopt. Vier uur voor onze zoon er was stond ik nog in de keuken met weeën en al een taart te bakken! In alle rust samen met mijn man, de verloskundige en kraamhulp heb ik Olivier op de wereld gezet. Wat een oerkracht! Het laatste deel van de bevalling verliep wat moeizaam, waardoor er met een flinke knip en duw op mijn buik moest worden geholpen. Eindelijk was Olivier daar op dinsdag 16 april. Hij werd op mijn blote buik gelegd en vond zijn weg naar mijn tepel.

Dit. Moest. Lukken.

Met heel veel ups en downs hebben we de afgelopen periode doorlopen. Wel acht keer heb ik het opgegeven, met het dieptepunt op een zonnige zondag waar ik huilend op de bank zat omdat hij zo onrustig dronk en huilde aan de borst. Had ik wel genoeg melk, deed ik het wel goed? Toen ik die dag besloot alleen nog te kolven en hem dat te geven, liet ik blijkbaar een stuk spanning los. Ik zag niet meer op tegen de voedingen. Olivier merkte dit want toen ik hem onder het mom van ‘ach toch nog eens proberen’ aanlegde bij de volgende voeding, dronk hij als de beste. Vanaf toen zeg ik niet meer ‘ik ga drie of zelfs zes maanden borstvoeding geven en het moet lukken’. Nee, ik zeg ‘ik geef vandaag borstvoeding en wie weet morgen ook nog.’ Inmiddels geef ik twaalf weken en zes dagen borstvoeding. En nee, het gaat niet altijd goed. En ja, hij huilt, stompt, trappelt en wringt vaak aan de borst. Geen ramp, dan proberen we het later nog eens.
Zonder mijn man had ik dit niet gekund. Mijn ouders, die niets met borstvoeding hadden, helpen me waar ze kunnen en de meest onwaarschijnlijke steun komt van een collega en een vrouwelijke baas van mijn moeder. Zij hebben in totaal zes kindjes borstvoeding gegeven en geven me via mijn moeder tips, advies en steun. Ze lenen me boeken uit en beantwoorden mijn vragen via mail of sms. Ik heb ze nog nooit ontmoet of gesproken, maar ben ontzettend blij met mijn ‘coaches op afstand’. Inmiddels werk ik weer en kolf ik op kantoor. Niet ideaal, en ik ben soms nog steeds gespannen voor de voedingen of het kolven maar als ik dan die blije grijns op het gezicht van Olivier zie denk ik ‘dat komt toch maar mooi door mijn melk!’
Liefs,
Inge, Maurits & Olivier