
Met een trotse glimlach denk ik echter terug aan de borstvoeding van mijn zoon. Na een aarzelende start tijdens de eerste dagen in het ziekenhuis, begon thuis de melk te stromen en zoon gulzig te drinken en te groeien.
Natuurlijk kijk ik er naar uit ook ons tweede kindje te gaan gaan voeden en ook het liefst zo lang als we er allebei zin in hebben. Inmiddels weet ik wel veel meer over borstvoeding maar vooral over wat er allemaal mis of moeilijk kan gaan. Ik zou bijna zeggen dat ik heerlijk onwetend was, die eerste ronde.

Zoals met veel zaken bij het nieuwe moederschap, liep ik met voeden ook wel tegen dilemma’s aan. ‘ Hoe veel, hoe vaak?’, was eigenlijk één van de eerste. Zoon dronk veel, maar spuugde ook net gemakkelijk een deel weer uit als het blijkbaar té veel was geweest. Met de kraamhulp kwam ik tot de oplossing om hem tien minuten per borst te laten drinken, niet langer. Hoewel dat in gaat tegen de gouden regel om de eerste borst altijd leeg te laten drinken, hielp het wel. Zoon bleef regelmatig spugen, en met een achteloosheid die hij nu nog soms heeft als hij z’n eten er om wat voor reden ook weer uitkiepert, maar veel minder dan eerst.

Ook de draagdoek werkte niet zo voor ons. De doek omdoen vond ik bar ingewikkeld. Ik werd er wat nerveus van en zoon dus ook. En hij kreeg het zo warm. Een goede draagzak werkte al beter, maar buiten lag hij toch meestal in de kinderwagen en thuis lekker op schoot.

Ik had een mooi plaatje in mijn hoofd van zo’n oermoeder die overal en op ieder moment d’r borst tevoorschijn haalt en haar kind voedt. Achteloos, bij wijze van spreken, en met het grootste gemak. Liefst met één hand vrij ook, zodat ik ondertussen in een pan kon roeren, een taart kon decoreren of een boek kon lezen. Zó eenvoudig bleek het niet. Zoon was vanaf dag één erg alert en snel afgeleid.
Voeden gebeurde dus liefst thuis, op de slaapkamer, zonder anderen in de buurt. En meestal op vaste tijdstippen.
Van de tepelhoedjes die me in het ziekenhuis waren aangeraden zijn we niet meer af gekomen. Hoewel zoon aanvankelijk ook zonder kon drinken, ging het mét makkelijker voor ons allebei en hebben we het er maar bij gehouden. Net als bij dat volumineuze voedingskussen. Mijn streven is om bij de nieuwe baby net zo fijn en harmonieus te voeden als bij nummer één, maar het liefst wel zonder die tepelhoedjes en dat voedingskussen, omdat dat minder gedoe is.

Ik ben nu niet alleen meer een overtuigd voorstander van borstvoeding, maar bijna op het militante af. Ouders die ik hun baby een fles zie geven zou ik er het liefst op aanspreken. Dan moet ik er maar aan denken dat ik ook mijn eigen weg heb moeten vinden, maar voor mij is er niets beters dan de borst.