
Ook komt mijn zus vanuit Zutphen de eerste week over om mij te helpen met het borstvoeding! Voor mijn andere twee kids rust de zorgtaak volledig bij mijn man. De eerste twee weken wordt ik verzorgd en ontzorgd zodat ik mij volledig kan richten om het kunnen geven van borstvoeding.
Nu alleen nog doen! Praktijk is toch anders dan theorie. Je moet er wellicht aanleg voor hebben?! Nee, voor mij was het absoluut niet vanzelfsprekend. Onhandige houdingen, de borst weigeren, verkeerde aanhaptechniek, vingervoeden, therapeutisch flesvoeden, tepelkloven, tepelhoedjes, smetwonden, een rechter borst die niet ‘wil’, terugname in borstvoeding, minder wegen dan de week ervoor, extra kolven, om de twee uur aanleggen, een ‘kreunbaby’.
Tja, de eerste tien weken waren voor mij met vallen en opstaan. Of te wel, ik ben veel doornen tegengekomen (zie de titel), maar zie wel mijn roos vol in bloei staat. Nu, tien weken verder, is mijn verlof ten einde, maar geef ik nog steeds borstvoeding en groeit Derk (mijn mooie roos) met de dag.
Om aanstaande moeders er van bewust te laten worden hoe mooi borstvoeding is, maar dat het hard werken is, heb ik per week bijgehouden waar ik tegen aan liep. Uiteraard sluit ik mijn verhaal af met wat praktische tips!
Regelmatig heb ik gedacht, ‘waarom doe ik dit? Wat doe ik mijzelf aan?’ Vooraf heb ik mijn man gevraagd, om mij ondanks alles, te blijven steunen en vooral niet over kunstvoeding te beginnen. Het K-woord heeft hij nooit uitgesproken en hij heeft mij, ondanks dat het voor mij soms onmogelijk leek, overgehaald toch een stap verder te gaan. Nu ben ik blij dat ik heb doorgezet!
Week 1: Ik ben bevallen met een vriendelijke keizersnede in het ziekenhuis in Winterswijk. Hierbij wordt het kindje direct bij je op de borst gelegd en dus niet eerst ter controle meegenomen door de kinderarts. Op deze manier wordt het natuurlijk reflex van de baby beïnvloed en zal deze sneller naar de borst happen.
Dat deed Derk ook. Direct na de geboorte zocht en vond hij de tepel! Alleen met een verse snee in de buik en nog onder de verdoving is het aardig lastig om je baby aan te leggen. Gelukkig had ik hulp van mijn zus! Voor het slagen van borstvoeding moet je zoveel mogelijk aanleggen. Als je dan afhankelijk bent van de verpleegsters, die niet altijd per direct komen en die je ook niet iedere keer belt (want elk kreuntje is dan een mogelijk hongersignaal), is het erg handig als je iemand erbij hebt die zelf ervaring heeft met borstvoeding! Zodoende sliep mijn zus bij mij in het ziekenhuis en was mijn man met de andere kids gewoon thuis.

Met de rechterborst ben ik maar direct gaan kolven. De frustratie van mijn ingetrokken XL-tepel in dat kleine mondje, daar wilde ik niet aan beginnen. De linkerborst ging fantastisch!



Maar de onzekerheid blijft, dus heb ik hem na enkele onrustige dagen zo’n beetje mijn melkvoorraad hem extra gegeven. Of dit echt nodig was, is de vraag. Derk vond het gemak van een flesje ook wel heerlijk. Of je er nu 20 of 80 cc in deed, hij dronk het standaard op. Een paar regeldagen tussendoor?!Â
Volgende week deel 2!
Karina

