
De mededeling van de kraamverzorgende hield mij nog dagenlang bezig. Als lactatiekundige geef ik op verzoek van mijn collega’s consulten aan patiënten. De scholing en educatie op de werkvloer die ik geef aan collega’s staat daarbij centraal. Ik zie dus niet alle kraamvrouwen die opgenomen zijn en mogelijk problemen hebben. Misschien gaat er iets mis met het kunnen ‘inschatten’ van de behoefte aan lactatiekundige zorg?
Uit de statussen kan ik opmaken dat er inderdaad vaak vrouwen zijn die last hebben van tepelkloven. Waar kan dit aan liggen? Zou er onvoldoende kennis zijn onder het verplegend personeel?
Het lijkt me haast onmogelijk. De kraamverzorgenden en verpleegkundigen in ons ziekenhuis hebben ruim voldoende kennis op het gebied van borstvoeding. Aan goede scholing ontbreekt het in ons gecertificeerde ziekenhuis niet.
De verpleegkundigen verzorgen gemiddeld drie patiënten per dag, hierdoor zouden zij theoretisch over meer ervaring beschikken dan de kraamverzorgende in de thuissituatie. De begeleiding van borstvoeding is een onderdeel van alle zorg die zij geven. Wanneer de kraamvrouw in het ziekenhuis verblijft, is daar een reden voor.
Deze redenen hebben op dat moment een hogere prioriteit in de zorgverlening dan borstvoeding, ze beïnvloeden vaak zelfs ook de borstvoeding. Hierdoor hebben de verpleegkundigen soms minder tijd om de borstvoeding te kunnen begeleiden dan misschien wenselijk is.
Neem als voorbeeld een kraamvrouw na een keizersnede. Zij heeft na de operatie pijn in haar buik, waardoor ze niet altijd een prettige voedingshouding kan vinden. De eerste drie dagen na de keizersnede heeft zij de meeste pijn, precies de dagen dat de baby veel aan de borst wil drinken. Door de pijnstilling die zij krijgt na de operatie voelt zij niet altijd de pijn wanneer haar kindje verkeerd drinkt. Daardoor kan een tepelkloof snel ontstaan.
Ik kom tot de conclusie dat er veel meer dingen zijn dan borstvoeding om rekening mee te houden als de kraamvrouw in het ziekenhuis verblijft. Ja, vrouwen zullen het ziekenhuis helaas wel eens met tepelkloven verlaten. Of er vaker tepelkloven ontstaan bij kraamvrouwen in het ziekenhuis kan ik op dit moment niet zeggen, om dit vast te stellen zou een onderzoek noodzakelijk zijn.
De opmerking van de kraamverzorgende heeft mijn ogen opnieuw geopend, het voorkómen van tepelkloven staat vanaf nu bovenaan in mijn prioriteitenlijst! Om te beginnen zal ik willekeurig een aantal kraamvrouwen per week uitkiezen om te vragen hoe de begeleiding bij de borstvoeding is verlopen. Uit deze gesprekken zal mogelijk blijken of de verpleegkundigen moeite hebben met het kunnen ‘inschatten’ van lactatiekundige zorg.