Het Respiratoir Syncytieel Virus (RS-virus of RSV) is één van de belangrijkste veroorzakers van luchtweginfecties zowel bij kinderen als volwassenen. In de meeste gevallen veroorzaakt het een onschuldige neusverkoudheid, maar bij kinderen in de eerste levensjaren kunnen ook infecties van de lagere luchtwegen ontstaan die tot meer problemen kunnen leiden. Dit is vooral het geval indien er bepaalde risicofactoren aanwezig zijn zoals bijvoorbeeld vroeggeboorte.
Bij een borstgevoede baby verloopt de ziekte meestal minder drastisch, maar kan desondanks voor problemen zorgen. Martien van den Berg gaat er in dit artikel uitgebreid op in.
Wat is het RS-virus
Het RS-virus is één van de vele virussen die verkoudheid veroorzaken. Het virus komt zo veel voor, dat bijna ieder kind ermee besmet is geweest tegen de tijd dat het drie jaar oud is.
Uit onderzoek bleek dat bijna alle kinderen in een kinderdagverblijf tijdens hun eerste levensjaar besmet waren geweest met het RS-virus. Het wordt momenteel erkend als de belangrijkste verwekker van luchtweginfecties bij jonge kinderen. Het is zeer besmettelijk en wordt overgebracht via nauw contact (knuffelen, zoenen, inademen van uitgehoeste lucht, hand- en neuscontact). Een baby of peuter raakt meestal besmet met het virus door contact met een volwassene, die gewoon verkouden lijkt te zijn. Bij de meeste kleine kinderen uit de besmetting zich in een onschuldige luchtweginfectie, die niet te onderscheiden is van een gewone verkoudheid, zoals verstopte neus of een loopneus, hoesten en soms oorontsteking. Bij infectie van de lagere luchtwegen heeft de baby of peuter enkele dagen lichte koorts, problemen met de ademhaling (die een tot twee weken kunnen aanhouden) en een hoest die soms langer dan twee weken kan aanhouden. In deze situatie is er meestal geen specifieke behandeling nodig. Het virus kan in verschillende vormen voorkomen. Daarom biedt een eenmalige infectie geen blijvende bescherming. Gedurende het hele leven kunnen herinfecties plaatsvinden en dit kan zelfs binnen één RSV-seizoen gebeuren. In de meeste gevallen zijn de symptomen een tweede keer veel minder ernstig zullen zijn dan mogelijk bij de eerste keer.
Verschijnselen
De verschijnselen van een luchtinfectie veroorzaakt door het RS-virus zijn sterk afhankelijk van de leeftijd en de voorgeschiedenis van het kind. Gedurende de eerste vier weken komt een RSV-infectie weinig voor. Dit komt enerzijds door de beschermende werking van antistoffen die moeder tijdens de zwangerschap en door moedermelk heeft doorgegeven aan haar kind en doordat deze leeftijdsgroep nog relatief afgeschermd wordt van de omgeving. Als baby's van deze leeftijd toch een RSV-infectie oplopen zijn de verschijnselen over het algemeen mild en weinig specifiek (slechter drinken, minder actief, geïrriteerd).
Na de eerste levensmaand kunnen naast de bovenste luchtwegen ook de lagere luchtwegen geïnfecteerd raken. Meestel begint dit met hoesten enkele dagen na het ontstaan van de neusverkoudheid. De koorts is mild en staat niet op de voorgrond. Binnen enkele dagen worden de kinderen toenemend kortademig en benauwd. Deze klachten worden veroorzaakt door een infectie van de kleine luchtwegen (RSV-bronchialitis) en/of een longonsteking (RSV-pneumonie).
In deze situatie klopt het hart snel. De ademhaling is kort, droog en steunend en over de longen klinkt vaak een zacht gekraak. De neusvleugels bewegen mee met de ademhaling en de spieren tussen de ribben trekken naar binnen. Vaak komt daar bij dat de baby of peuter slecht drinkt, er grauw uitziet, slijm opgeeft en daardoor wellicht ook voeding. Dit verhoogt weer het risico van uitdroging. Het kind vertoont een algemeen zieke indruk en is dus moe, wil niet spelen en/of eten.
Ernstige infectie bij kwetsbare groepen
In Nederland worden jaarlijks ongeveer 3500 kinderen met deze infectie opgenomen in het ziekenhuis. Bij kwetsbare groepen kan de infectie zich uitbreiden naar de onderste luchtwegen en voor heel wat meer ziekteverschijnselen zorgen. Risicogroepen zijn pasgeborenen, premature baby's, kinderen met CARA, kinderen met bepaalde hart- of longafwijkingen.
De benauwdheid en kans op uitdroging kunnen zulke vormen aannemen dat een opname in het ziekenhuis noodzakelijk is.
Uit onderzoek is gebleken dat vooral zuigelingen tussen de twee en vijf maanden een verhoogde kans hebben op verschijnselen van de lagere luchtwegen en dat dit in 1 à 2% leidt tot een ziekenhuisopname. Indien je kind behoort tot de bovengenoemde risicogroepen is het percentage ziekenhuisopnames aanzienlijk hoger (10 à 20%).
Diagnose
Meestal zal de combinatie van de verschijnselen en het seizoen voldoende zijn om de diagnose te stellen. Indien de verschijnselen mild zijn is er geen aanleiding voor verder onderzoek. Bij die kinderen die wel veel klachten hebben en opgenomen moeten worden in een ziekenhuis kan verder onderzoek verricht worden. Hierbij kan men slijm, afgenomen uit de neus-keelholte, op kweek zetten om zo het RS-virus te isoleren. Deze uitslag laat enige tijd op zich wachten. Er bestaat ook een RSV-sneltest, waarbij men bestanddelen van het RS-virus probeert aan te tonen in het slijm afgenomen uit de neus-keelholte. De uitslag is binnen enkele uren bekend.
Therapie
De meeste behandelingen zijn ondersteunend van aard en hebben dus geen direct effect op het RS-virus. Hierbij valt te denken aan extra zuurstof en medicijnen die de luchtwegen verwijden zodat de kinderen zich minder benauwd voelen. Er is één medicijn, Ribavarine, dat bij onderzoek in het laboratorium werkzaam blijkt te zijn tegen het RS-virus. Maar in de praktijk, bij vele onderzoeken aan kinderen opgenomen in verband met een RSV-infectie, blijkt dat het nut van dit middel niet onomstotelijk is vastgesteld. Er wordt wel geadviseerd om dit middel te overwegen bij die kinderen die tot een risicogroep behoren. Per situatie zal bekeken moeten worden welke behandeling toegepast zal worden.
Beloop
Bij de meeste kinderen met een lagere luchtweginfectie treedt na drie à vier dagen een verbetering op en is de totale ziekteduur ongeveer zeven tot twaalf dagen. De duur van een ziekenhuisopname is meestal minder dan een week. Na de actieve infectie kunnen kinderen nog wel enkele weken blijven hoesten met af en toe wat milde kortademigheid.
Voorzorgsmaatregelen
Op dit moment is echte preventie van een RSV-infectie niet mogelijk. Wel is het mogelijk om de kans op infectie te verminderen. Allereerst kan dit door de blootstelling van (risico-)kinderen aan het RS-virus te minimaliseren.
Het RS-virus is erg seizoensgebonden. Het komt vooral voor vanaf eind oktober en woedt door tot en met maart. In die periode kun je extra voorzichtig zijn. Verkouden en hoesterige kraambezoekers kunnen het beste niet te dicht bij de baby komen. Je kunt ook bezoekers vragen eerst hun handen te wassen voor ze jouw baby mogen oppakken of aanraken. Verder lijkt het verstandig om een jonge kwetsbare baby (uit de risicogroep) zo min mogelijk mee te nemen naar ruimtes waar veel mensen samenkomen. Het is heel moeilijk om een besmetting met het RS-virus te voorkomen. In de wintermaanden zie je grote plotselinge uitbraken. Als een lid van het gezin besmet is, kunnen extra voorzorgsmaatregelen worden genomen zoals regelmatig handen wassen en zorgen dat de baby of peuter niet besmet wordt via zakdoeken en andere voorwerpen.
Onwaarschijnlijk
Het is erg onwaarschijnlijk dat een RSV-infectie wordt overgedragen door de borstvoeding omdat de kans veel groter is dat de infectie al eerder is overgedragen door uitgehoeste besmette lucht en door het knuffelen met je baby. Omdat je baby via de moedermelk meeprofiteert van moeders afweersysteem wordt hij minder snel ziek. Als je zelf ziek wordt, kun je gewoon door blijven voeden. Je baby is toch al in aanraking geweest met het virus. Als moeder maak je als het ware op commando antistoffen aan. Dit kan op de volgende manier: je baby wordt besmet met een ziektekiem en geeft deze door aan jou. Jouw afweersysteem produceert meteen antistoffen, die je vervolgens met de moedermelk onmiddellijk aan je baby geeft.
Een andere mogelijkheid is vaccinatie. Een afdoend vaccin bestaat nog niet. Wel kan iemand antistoffen tegen het RS-virus worden toegediend. Zolang deze antistoffen toegediend worden geven ze een verhoogde bescherming, maar dit effect dooft uit zodra de toediening stopt (passieve immunisatie). Bij deze toediening van RSV-antistoffen gaat het om een preventieve behandeling. Onderzoek heeft uitgewezen dat de antistoffen niet helpen als iemand al een RSV-infectie heeft opgelopen. Het product Synagis bevat antistoffen tegen het RS-virus. Maar welke kinderen moeten nu behandeld worden met deze antistoffen? Het loopt nogal in de kosten als iedere baby preventief behandeld gaat worden. Een commissie uit de Sectie Neonatologie heeft zich over deze richtlijnen gebogen en alle kinderartsen zouden geïnformeerd zijn. Over mogelijke nadelen van dit middel is nog niet veel bekend.
Wat je kunt doen als je borstvoeding geeft
Realiseer je dat het nu geweldig is dat je borstvoeding geeft. Borstvoeding bevat allerlei immuunstoffen waardoor de RSV-infectie minder ernstig zal verlopen en/of minder complicaties zal veroorzaken
Allerlei onderzoeken tonen aan dat borstvoeding een grote beschermende werking heeft voor infecties van de luchtwegen. Flesgevoede baby's krijgen zes keer zovaak infecties aan de luchtwegen dan met moedermelk gevoede baby's die minimaal drie of meer maanden worden gevoed. Cunningham toonde in 1992 aan dat borstvoeding helpt om het RSV-virus te lijf te gaan. Vaak voeden dus, zodat je de immuunstoffen, antistoffen en geborgenheid kunt meegeven met de moedermelk.
Als je een ziek kind thuis hebt , hou dan in de gaten dat je kind goed drinkt zodat het minimaal drie keer per dag plast. Als kinderen jonger zijn dan zes weken of als ze slecht drinken en weinig plassen bij hoest en benauwdheid is het altijd goed om de dokter te bellen.
Blijf alert
Het is raadzaam zeer alert te blijven. De mate waarin je baby nog in staat is te drinken, is een goede graadmeter voor de ernst van de benauwdheid. Want een baby die luchtwegen vol slijm heeft kan niet drinken. Als je baby tijdens een hoestbui rood tot blauw aanloopt, kan het soms even stoppen met ademen. Hou je baby dan rechtop, klop zachtjes op haar rug en bel de dokter.
Je kunt het borstgebied van je baby warm houden door bijvoorbeeld de borst in te wrijven met een verwarmende tijmolie die te verkrijgen is bij de apotheek.
De neus van je baby kan soms te verstopt zitten om goed te kunnen drinken. Je kunt dan de neus druppelen met een zoutoplossing. Neem hiervoor één theelepel zout op een halve liter water, laat de oplossing koken en doe daarvan een beetje in een schoon flesje. Houdbaar circa twee dagen; pipetje dagelijks uitkoken.
Als je baby slijm opgeeft en/of slecht wil drinken probeer dan vaker aan te leggen en wat minder kort. Kleinere hoeveelheden moedermelk geven kan ook helpen als je baby sneller uitgeput is of regelmatig een hoestprikkel krijgt tijdens het drinken.
Bij minder drinken aan de borst kan het zijn dat de melkproductie wat terugloopt. Echter zodra je baby weer beter is zal zij vanzelf om meer borstvoeding vragen en zal de melkproductie weer toenemen.
Wanneer je zelf last hebt van verstopte melkkanalen of stuwing, kolf dan je borsten net zo lang af opdat je geen gespannen gevoel meer hebt.
Als je baby braakt wordt nog wel eens het advies gegeven om alle melkproducten te vermijden, zelfs moedermelk. Dit is geen goed advies omdat moedermelk zo snel wordt verteerd en op de leeftijd en ziekte van de baby is afgestemd dat zelfs wanneer een baby regelmatig braakt, toch iets van het vocht en de voeding zal hebben opgenomen, voor de rest weer wordt teruggegeven.
Als vuistregel voor een borstkind geldt: kan het kind via de mond iets binnenhouden, geef het dan moedermelk. Heeft hij tijdens zijn ziekte minstens twee tot drie natte luiers per dag, dan bestaat er geen gevaar voor uitdroging. Braakt een baby, dan kan hij beter even geen vast voedsel krijgen. Geef je per voeding kleine beetjes, dan is de kans kleiner dat alles weer wordt uitgespuugd.
Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende frisse niet te droge lucht in huis is. Het mag natuurlijk niet tochten. En wees erop bedacht dat er een rookverbod geldt.
In het ziekenhuis
Als je kind wordt opgenomen in het ziekenhuis heeft dit zeker consequenties. In het begin van de opname is de verpleging vrij intensief. Je kind is vaak erg moe. Een verpleegkundige zal frequent de temperatuur, pols en ademhaling opmeten. Ook wordt er extra gelet op verschijnselen van benauwdheid. In veel gevallen wordt het zuurstofgehalte in het bloed gemeten. Kinderen die RSV-bronchialitis hebben krijgen vaak zuurstof toegediend. Een extra complicatie is het gebrek aan eetlust. Dit heeft als gevolg dat er sondevoeding gegeven moet worden. Vooral baby's die door uitputting hun flesje niet meer kunnen leegdrinken zijn aangewezen op sondevoeding.
Baby's kunnen echter gemakkelijker uit de borst drinken dan uit een flesje en borstvoeding vergt minder inspanning dan flesvoeding voor de baby. Bovendien biedt het alle geborgenheid die een baby goed kan gebruiken met name als hij ziek is. Kan je baby tijdelijk door benauwdheid niet aan de borst drinken dan kun je door je nabijheid ertoe bijdragen dat de ziekenhuisopname geen traumatische ervaring wordt. Je kunt contact opnemen met je ziektekostenverzekeraar over de polisvoorwaarden. Sommige verzekeraars vergoeden de kosten van rooming-in van de ouders.
Samenvattend kan RSV een heel gevaarlijke ziekte zijn voor pasgeborenen en dan met name voor de kinderen uit een risicogroep. Borstvoeding voorkomt de ziekte weliswaar niet, maar draagt wel een belangrijk steentje bij om te voorkomen dat de ziekte fatale gevolgen heeft. Soms zijn er specifieke maatregelen nodig als je baby een RSV-infectie heeft zoals vaker kleine beetjes voeden en het mijden van sommige besmettingsbronnen. Duidelijk is dat met de borstvoeding waardevolle immuunstoffen en RSV-antistoffen worden meegegeven.
Bronvermelding
- Alles over RSV. Uit: Handleiding voor ouders, Pharmaceutical Holland bv
- Alle vragen over het RS-virus. Uit: Ouders van Nu
- RS-virus maakt slachtoffers onder jonge patiënten. Uit: Verpleegkunde Nieuws 4 januari 1996
- RS-virus of gewoon verkouden, door George Maissan, antroposofisch huisarts. Uit: Puur Kind, Weleda 1999 nummer 3
- Het RS-virus door Anton van Kaam, kinderarts/neonatoloog AMC. Uit: Kleine Maatjes
- The management of breastfeeding, Rebecca Black 1998 blz. 159
- Breastfeeding, a guide for the medical profession, Ruth Lawrence 1999, blz. 473, 605, 881